Te vermijden

-    Duidelijkheid en voorspelbaarheid enkel baseren op verbale aanwijzingen;

-    Maar eveneens: steeds hetzelfde doen op hetzelfde moment, op dezelfde plaats en in dezelfde volgorde ( om het ontwikkelen van rigide routines te voorkomen);

-    Dubbelzinnig taalgebruik zoals sarcastische en cynische opmerkingen (bv. ‘Schitterend!’, als het kind weer eens dezelfde fout maakt): het kind begrijpt wellicht enkel wat je zegt en niet wat je bedoelt;

-    Negatieve boodschappen en verboden (bv. ‘Neen!’, ‘Doe dat niet!’, ‘Stop daarmee!’): het kind weet daarmee immers niet wat het gewenste gedrag is;

-    In discussie treden: argumenteren helpt niet, integendeel; het mondt vaak uit in een verbale chaos.

-    Te grote en te drukke groepen;

-    Emotioneel reageren;

-    Probleemgedrag persoonlijk nemen;

-    Inpraten op het kind en in discussie gaan;

-    Dingen zeggen als: ‘Doe nu toch eens normaal!’;

-    Straffen en belonen zonder expliciete verwijzing naar de reden ervan.